Site menu:

Sporen van de Oorlog

Majoor Jean Salomo Simons Dodelijk gewond te Spier, overleden te Hoogeveen
Zo nu en dan doe je op vakantie van die opvallende dingen op, waar je eigenlijk nooit bij stil had gestaan. Dat had ik in 1997, toen ik in Wemeldinge (Zeeland) verbleef, en al enkele dagen rondliep met het plan om een kijkje te nemen op de Franse ere-begraafplaats van het nabijgelegen Kapelle. Ik werd nieuwsgierig gemaakt door het gegeven dat er op Nederlands grondgebied een Franse ere-begraafplaats was. Toen ik er rondliep, werd mijn oog onmiddellijk getroffen door een zerk in de vorm van een Davidster. Een Joodse gevallene lag zij aan zij met soldaten onder christelijke kruisen en Islamitische symbolen. Geen afzonderlijke begraafplaatsen, maar samen op één begraafplaats. Net zoals ze samen, zij aan zij, hadden gevochten. Ik werd op dat moment getroffen door de symboliek en de vrede die eruit sprak. Ik werd nog meer getroffen door de situatie, toen ik de naam van de soldaat onder de Davidster las: Jean Salomo Simons. De soldaat van Spier, schoot er door me heen.

Een belangrijke bron voor gegevens over ons bevrijdingsjaar is de ‘Drentsche kroniek van het bevrijdingsjaar’, dat in 1947 verscheen, en vele ooggetuigeverslagen opnam. Daarin vinden we een verslag van Nederlandse zijde van de situatie te Spier, ten tijde van de gevechten waarbij Jean Salomo Simons dodelijk gewond raakte. In 2002 verscheen het boek ’Operatie Amherst’, waarin de gevechten bij Spier beschreven worden door de ogen van de Franse para’s . Simon was een van hen. Beide bronnen geven samen een goed beeld van wat er zich op de 11e april 1945 in Spier afspeelde. De laatste uren van Jean Salomo Simon zijn te volgen, alsof we zelf op een afstandje toekeken.
De aktie waarin majoor Jean Salomo Simon sneuvelde maakte deel uit van een trio van activiteiten van de SAS, de Special Air Service. Dit warenn parachutisten, opgeleid voor speciale opdrachten in vijandelijk gebied. Op 6 april 1945 stelde kolonel Perendergast, chef-staf van brigade-generaal Calvert, ’Operatiebevel nr. 3’ op. Daarin werden drie SAS-operaties bevolen:

a. Larkswood. Een Belgisch parachutistenbataljon onder bevel van het 2e Canadese  
    Legerkorps, zou in jeeps in Noordoost-Nederland infiltreren om enkele speciale 
    verkenningsopdrachten en vuurovervallen uit te voeren. Deze operatie leidde tot de  
    bevrijding van Hoogeveen en de oostelijke buitendorpen op 10 en 11 april 1945.
b. Keystone. Het 2e SAS-Regiment, bestaande uit 130 man en 18 jeeps, zou in de omgeving      van westelijk Gelderland opereren.
c. Amherst. Het 2e en 3e RCP (700 man en 18 jeeps) zouden in de sector Assen-Emmen-       
    Meppel opereren. De bedoeling was om zoveel mogelijk onrust achter de vijandelijke linies te 
    veroorzaken, waardoor de geallieerde hoofdmacht sneller op zou kunnen rukken. Majoor  
    Simon maakte met zijn mannen deel uit van Amherst.

Op 7 april stonden omgebouwde viermotorige bommenwerpers van het type Stirlings met afgezette motoren gereed op de vliegvelden Shepgrove, Dunmow en Rivenhall. Ze waren geschikt gemaakt voor troepentransport en zouden die nacht de para’s boven Drenthe droppen. Simon stapte in het 19de toestel, dat opsteeg van Shepgrove. Hij maakte deel uit van de 19de stick. Een stick was een eenheid para’s, groot genoeg om zelfstandig opdrachten uit te voeren en klein genoeg was om niet direct op te vallen. Simon maakte deel uit van de stafcompagnie. Zijn stick zou leiding moeten geven aan de gedropte para’s. De stick bestond uit luitenant-kolonel De Bollardière, de heren Dumbrill, Lenourry, Coubault, Jarrige, Lechevallier, Montal. Godeau, Camérona, Jacques Pauli, Mazière, Chemin, Tholomier, Campan, Pierre Thomé en majoor Simon zelf.

Geschreven door Albert Metselaar


In en rond het nationaal park Dwingelderveld staan diverse herdenkingsmonumenten, zoals de
gedenksteen ter nagedachtenis aan boswachter Christiaan Kuiper. Hij werd opgepakt op
verdenking van hulp aan onderduikers en activiteiten tegen de bezetter en daarna doodgeschoten. Bij Spier, tussen de A28 en de provinciale weg naar Beilen staat een stenen kruis in het bos Daar zijn aan de kant van de weg op 10 april 1945 een aantal gevangengenomen burgers gefusilleerd. Ze werden verdacht van hulp aan de Franse parachutisten (van de Special Air Servies) die, vóór de bevrijdingstroepen uit opererend, in Drenthe gedropt waren. Bij gevechten te Pesse moesten de para's terugtrekken, achter het spoor in oostelijke richting. De woedende bezetter liet zich de behulpzame buurtbewoners van de Wijsterseweg stuk voor stuk aanwijzen. Allen werden opgepakt, weggevoerd en dezelfde dag of een dag later doodgeschoten. Het kruis bij Spier herinnert nu aan de moord op totaal 21 burgers. Aan de Brink van Ruinen staat een herinneringsplaquette 1940-1945 voor alle inwoners die omgekomen zijn.